Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had toch nimmer om dezen man doorleefd wat zij, de moeder, om hem doorleefd had. Onrustbarend. Zij, de moeder, die hem nooit meer in Holland had kunnen hooren, omdat zij geen dameskaart voor de Diligentia-concerten van haar schriele rijke schoonzuster had kunnen bekomen, en de enkele keeren dat Nolette in den Haag speelde, was het daar geweest.

Mathilde hief eindelijk, gedreven door iets onweerstaanbaars het hoofd, en ving van den, zijn laatste buiging makenden kunstenaar, den dringenden blik, waarin vriendelijke herkenning, verrassing en bewondering dooreen speelden. Hoe goed kende Mathilde dien fijnen oolijken even-glimlach welke zijn trekken belichtte. Hij zei haar: „Heb jij al zulke groote meisjes en hoe knap ben je nog en jong." Het uiterlijk van vrouwen moest altijd tot Nolette spreken. Hij stemde even zijn viool, de accompagnateur gaf hem de a aan. Zij wreef zich de glacé-handschoen tegen de wang, om een blos van blijdschap en verlegenheid te verbergen. En het voelde in haar aan of de band tusschen hen nooit verbroken was geweest; dat hij steeds geleden had om haar als zij om hem, en zij elkaar nu héél nabij waren, zoo nabij dat hij voor haar alleen zou spelen. „Wat gaf hij om die heele zaal, nietwaar ? Van allen, in dit dichtbezette, schier opgehoopte lokaal, kon slechts zij, Mathilde Polenius, zeggen: ik ken dien man, ik weet wat er in hem omgaat nu, zijn denken is mij gewijd op het oogenblik." Zij alleen bespeurde die bijna onmerkbare spotternij op zijn delicaat besneden trekken, een beetje meer doorgroefd dan vroeger, terwijl zijn oogen niets van hun rijken glans verloren hadden. Er liepen grijze strepen door zijn hooge bollende haar, nog altijd even dik. Hij was ook jong gebleven; bijna dezelfde, slank, tenger, kaarsrecht. Als vroeger liet hij den blik even in 't rond weiden, streng voor het publiek, vragend om volledige aandacht, eer hij zijn viool als in een liefkoozing omvatte, en de snaren deed opweenen in een édel-eenvoudig adagio, aanvang der sonate van Pietro Nardini.

Mathilde sloot, in een huivering van opperst genieten bij dit zieldoordringende hemelsch zachte, de oogen. Jenny boog het hoofd, en bijna één nu in hetzelfde gevoelen, de handen

Sluiten