Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

edel-breede streng-sombere sonoriteit deed weerklinken met de suite in sol mineur, en Nolette, die zijn verdere mooie programma afspeelde, en stormen van toejuichingen verwekte, en wien ten slotte zulk een ovatie werd gebracht, dat hij terugkwam en twee, drie toegiftjes speelde, door het meerendeel van het publiek staande aangehoord, om hem te huldigen, al maar te huldigen. „Ma, hoe vond u 't?"

„Kind," Mathilde kon bijna niet antwoorden van ontroering. ,,'t Is er met de jaren nóg mooier op geworden."

„Hè ma, er gaan menschen naar de artiestenkamer, kunnen wij niet...."

„Jenny, ben je nu mal "

„Hij zal u wel onhartelijk vinden, moeder. U, zijn oude vriendin."

„Best mogelijk, Jenny. Kom nu maar gauw mee naar huis, je bent te veel verdiept geweest in dat spel. Ik zie 't aan je oogen, en je ziet doodsbleek. Je overdrijft heusch."

„O moeder, dat kan iemand nooit bij Nolette. En u is zelf even ontdaan als ik."

„O ik.... ik ben ouder dan jij " zei Mathilde.

„O, mag u daarom alleen voor zulk spel voelen?"

Het schouwspel opgeleverd door mevrouw Helm en Everdien, welke laatste haar moeder wederom rolde in al haar doeken en mantels, waarbij de oude mevrouw zich opzettelijk houten-popachtig strak hield, de armen stijf aan het lijf gesloten, haar gezicht één komische gelatenheid, terwijl Everdien niet kon zien van het lachen, riep de jeugd van Jenny weer op. En zij schaterde gezond om die twee, telkens in de nauwe ruimte van zich aankleedende en weghaastende menschen een eind verder geschoven of op zij gestcoten.

„En hebben we er dat nu niet keurig afgebracht?" vroeg mevrouw Helm. „De luitjes moeten wel denken dat ik in ouwe kleeren doe, en m'n heele winkeltje heb aangedaan van avond. We zijn, Eef en ik, in onze soort minstens even verdienstelijk als die zangeres."

„Nou, adieu Mathilde, beste kind, nacht lieve kinderen, slaapt wel hoor, en droom maar niet te hard van den be-

Sluiten