Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging, in plaats van haar, Ida vooral, in de artistenkamer voor te stellen aan Nolette. „U doet nou nooit eens wat voor uw dochters, u sluit ons maar op. Jammer, dat we niet katholiek zijn, dan zoud u ons in kloosters kunnen stoppen. Wat hébben we?"

„lieve meid, je begrijpt heel goed dat zoo'n artiest, na afloop, vreeselijk omringd is. Wij zouden ons maar belachelijk hebben gemaakt, een gewone mevrouw met twee dochters. Ik zei 't zooeven al tegen Jenny."

Thuisgekomen, wilde Ida zich uitmokken tegen Trude, draaide woest de deur van Trude's kamer open. Maar deze zuster sliep reeds den slaap, waarop de rechtvaardige recht heeft na een dag arbeids en een avond gewijd aan staathuishoudkunde plus gloeiende anijsmelk tegen een opkomende verkoudheid. En toen Ida tóch, vól van Ida, in jammertoonen over „die ma" losbarstte, bekwam zij tot repliek een zéér luiden snurk. „Zoo'n olifant I" Ida wierp dreunend Trude's deur weer dicht, zonder succes; de anijsmelk werkte narcotisch voort in Trude. Slechts een tweede snurk volgde als in protest.

Mathilde zat voor haar schrijftafeltje. Achter haar stond Jenny.

„lieve kind, wat ik je bidden mag, laat me nu toch begaan. Je kijkt zoo op m'n handen."

„Hè moeder, u vraagt hem niet eens of hij een visite wil komen maken."

„Kindlief, 't adres staat er in vette letters boven! Dat beduidt toch...." t

„Dat beduidt heelemaal niets. Hè, dat u me nu niet zoo'n klein plezier wilt doen. Ida heeft toch in zeker opzicht gelijk! Niets hebt u voor iemand over, niets. Voor mij, uw eigen

kind Als u maar hóóg staat tegenover iedereen, als uw

kostbare trots maar geen schade lijdt." Jenny's oogen vulden zich met tranen. Haar mond vertrok tot weenen. ET Mathilde schrikte. „God, 't was fataal, dat dit kind zich nu al zoo opwond om Nolette; na één keer hoorens. Wat ging dat nu^worden! Nolette moest 't weten, hij zou er van

Sluiten