Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zóó, hoe weet u dat? In dégelijke hollandsche kringen zéér zéker, 'n Uitstekend mensch, én jullie drinkt hier voortreffelijke thee. O, wou u nog méér weten van Antje ? 'n Heel interessante vrouw. In Indië ontsproten, op 'n hollandsch dorp groot geworden, ongetrouwd, nu zoo wat drie en veertig, zwart van haar, rood van koontjes, kan geen dichters uitstaan, verhuurt kamers, had 't ongeluk een dichter te krijgen óp die kamers, 'n goeien vriend van me, smeet hem, wat ü zei, eiken dag naar zijn ongelukkige hoofd. Hij kón maar niet in Antjes smaak vallen, 'n ellende voor hem. Ofschoon hij, ter wille van den lieve vrede, 'n ode van drie bladzijden dichtte op Antjes hond, Thomas van der Nop, 'n ruige meneer met opstaande ooren en 'n krulstaart, toen Thomas jarig was."

,,'t Is tenminste eerlijk van Antje dat ze 't 'em zei."

„Ja, maar 't duurde hier niet 't langst, want m'n vriend is dichter, dus half gaar en ontaard; düs kón hij niet tegen degelijkheid en eerlijkheid. Na 'n paar maanden kreeg hij genoeg van Antje, óók omdat zé 'm heele weken onthaalde op dezelfde varkensborst; pakte zijn biezen, en nu zit hij in Parijs, waar hij zijn volslagen ondergang tegemoet gaat, net als ik. Maar al raast van der Nop, hij blijft er toch, net als ik. Lieve juffrouw Trude, sta me toe u dit heerlijk koekje met witte degelijkheidspuntjes aan te bieden. Toe, laat u vermurwen...." Hij hield haar de schaal voor, zij bezweek voor de verleiding.

„Beethoven...." wendde Trude een wanhopige poging aan om stand te houden, „was in 't dagelijksch leven een allerbespottelijkste man. Een soort van wilde."

„Wat u zégt. Dat werd hij zeker door de algemeene tamheid en degelijkheid om hem heen. O, daar hebben we nog

een zusje ook degelijk, net als u? Iets minder hè?

Ja, dat zie ik al " Hij wreef zijn handen zóó vergenoegd,

alsof hij een zeer blijde boodschap kreeg, Trude sprakeloos van boosheid latend.

„Malle vent, natuurlijk allemaal verzonnen die historie van Antje en ma en Jenny en Jules, die een kwalijk verholen plezier hadden over haar nederlaag. Had ze maar niets gezegd, 't waren toch woorden verspild."

Sluiten