Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dankbaar voor m'n oordeel, iets dat de eerste de beste uit 'n concertzaal je ook zou kunnen geven.... iemand die een

greintje gehoor en muzikaal gevoel heeft Altijd valsche

pruderie, altijd nog Artiesten zijn geen bourgeois die

berekenen of ze 't terugkrijgen als ze 'n opkomend talent helpen.... die geven, omdat ze zich gedwongen voelen er toe.... Laat jouw ellendige pruderie, je trots, je valsche trots nu niet wéér een leven bederven.... 't is je eigen kind, bedénk dat...." Zijn stem was onvast van bedwongen hartstocht, waardoor smart klagend trilde. Verschrikt hief zij de oogen, zag de zijne gloeien in zijn wit gezicht, en al het bloed schoot weg uit het hare.

„Het moest zoo komen Jenny bezat zijn hart al

haar stem, haar bezieling.... en de man en de artiest waren immers één in hem.... o God...."

En zij giste niet dat het alleen de macht der herinneringen was, die hem overweldigde; een toorn tevens dat deze vrouw hem gekortwiekt had vroeger, toen hij wilde uitvliegen naar het geluk, hij de vrije, de machtige, die de wereld kon veroveren met zijn kunst, en wiens menschzijn maar geen ware bevrediging had kunnen vinden. En hij verminderde zijn schuld van destijds, om het gewicht daarvan geheel te werpen op haar. „Met haar egoïsme, haar verduivelden hoogmoed, haar lust tot tegenspreken nog altijd...."

Doch zij doofde plots zijn gramschap, door haar hand op zijn arm te leggen en te fluisteren: „Henri, ik bid je, wees niet boos, wind je niet zoo op. Ik bén niet mal trotsch of ondankbaar, maar ik mag toch wel zeggen dat ik 't te veel vind. Ik neem 't aan, ik neem 't dankbaar aan, in de hoop dat Jenny 't j e later zal kunnen teruggeven door haar talent... ik wou dat 't al zoo ver was."

Zijn sombere oogen welden vol glans van geluk, toen vol treurigheid. Hij kon het met het hoofd in haar schoot hebben uitgesnikt. „O hun verloren levens, de verloren jaren O, hoe hoog stond zij boven alle andere vrouwen die hij gekend had.... Hoe tactvol was zij en delicaat." En haar hart stompte dof in haar, van rouw-overfloersd.

„Ja, ik ben oud, oud .... mannen wórden niet oud....

Sluiten