Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

melancholisch. Hij wist 't nog wel dat deze aria haar lievelinge was, maar hij wist niet hoe deze, jaren geleden, zelfs vóór Matty van der Pel zich vereenzelvigde met hém, dag na dag door haar jongemeisjeskopje geneuried had. „Zoo moest 't nu nog zijn.... zij beiden jong.... En nu.... speelde hij voor Jenny, voor het nieuwe zonnestraaltje op zijn pad van man en kunstenaar, waar zooveel zon al geschenen had. Eer, roem, vergoding.... ze waren de zijne geweest, en

nog En waar kon zij, Mathilde op bogen? Op niets.

O ja, zij was de moeder van Jenny; haar leven lang, de tweede, nóóit de eerste."

En Jenny, mede overtuigd dat hij voor haar alleen speelde, begroef het hoofdje in de handjes, om meer één te worden met de gemoedstemming van haar held. Maar hij spéélde niet voor Jénny, hij klaagde in opperste ontroering zijn leed uit door middel van zijn viool. Het was Bach en tóch niet Bach, zooveel gaf hij er in van zichzelf, dat bestemd was voor Mathilde. Vóélde zij nu weer wat zij met hem verloren had, dóór hem gemist? Vóélde zij het goed, góéd? Een behoefte sprong in hem op deze vrouw, welke hij nimmer vergeten had, die hem het meest nabij werd, toen ze zich het verst waande, te martelen, te pijnigen met het edelst en liefelijkst dat hij borg in zijn artiestenziel. Hij liet haar geen rust. Het eene na het andere speelde hij, toonend zich van alle kanten; Beethoven, Saint-Saëns, Sarasate, Mozart, Brahms, bezeten door zijn viool, zich bedrinkend aan haar tonenweelde, aan haar edele liefelijkheid, haar kracht en haar treurnis, de parelende jubelingen har er vroolijkheid.

„Zijn ziel scheen gestegen uit hemzelf, gedaald in het instrument," dacht Mathilde. „En 't was alles voor Jenny."

,,'t Is uit 't feest is afgeloopen," zei hij eindelijk schor.

Hij wischte zich het voorhoofd, en zijn starre oogen zagen niets dan de vrouw die hem letterlijk eens ontstal waarop hij recht had, haar persoon, en die jaren lang gunde aan een vréémde. En voor deze vrouw had hij vanavond gespeeld, zijn hóógste gegeven. Voor haar alleen. Aan de prachtige stem, de hare tóch met, had hij met eens gedacht. En zooals men in een droom een onwerkelijkheid ziet, zag hij het gezicht van deze

Sluiten