Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ha ha ha!" Het ergerde hem bijna weer dat zij toegaf, want zoo kwam hij nooit verder, bleef bij altijd in hetzelfde kringetje met haar ronddraaien. Hoeveel keeren had zij hem met zijn ontrouw, haar dikwijls bekend gemaakt door naamlooze briefjes, vergeven; en als hij 't razendst was, werd zij 't zoetsappigst. „Gód, wat 'n mensch, om op te schieten!

Enfin goddank, dat hij nu een fatsoenlijk middel had

om Mathilde te naderen. Zijn tdeurstelling, dat zij Etha's lieven brief maar met een kaartje beantwoord had, was bitter geweest, doch de gedachte aan Suzanne's beleedigend gedrag te haren opzichte, had hem dit opgehelderd. Zij kon immers niet anders, zij, de eerlijke, loyale vrouw. Hij nu met Etha daarheen, dat was fijn, kiesch, iets in Mathüde's geest. Zoo iets móést zij wel waardeeren. Het was wel een beetje vernederend voor hem, Mr. Frederik Polemus, beschut te worden door zijn dochter, maar 't was ook weer heerlijk voor de toekomst, welke zich stellig te zijnen gunste ging keeren, zijne kleine meid nader te brengen tot Mathilde, die eens haar moeder zou worden. Nooit was Mr.|Frederik Polenius een speculatie mislukt. Waarom zou deze nu juist mislukken, même en jouant le tout pour le tout?" Op één punt waren hij en Suzanne het eens. Etha moest gauw trouwen. Hij kende Suzanne's bijoogmerk in dezen; zij wilde, jaloersch als zij was, dat zijn aandacht geheel voor haar bleef. Zij kon het niet uitstaan dat hij en Etha zulke goede kameraden waren. Hij noopte daarentegen het kind zoo spoedig mogelijk van haar moeder te verwijderen, omdat hij wel zag hoe Etha door Suzanne leed. Dat arme betrokken, dikwijls ongelukkige gezichtje....

De zelfzucht van zijn dagelijksch doen en denken werd tegenwoordig verontrust door de uitdrukking in Etha's oogen. „Hoe 't ook zij, dwingen tot een huwelijk zou hij het kind nooit en nooit." Daarover was er mede in den laatsten tijd aanhoudend twist met Suzanne. Zij was namelijkhevig gevleid door het aanzoek van een-onbeduidend adellijk jongske, dien Etha volstrekt niet wilde. Etha kwam bij hem, haar vader om hulp, en Suzanne schold op beiden. De bewuste jongeling zweefde steeds tusschen hoop en onrust in, want moedigde

Sluiten