Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Had je nou eenmaal aangenomen," wijsgeerde deze jeugdige ambtenaar, „dat 't, mét dien man, in huis hoe langer hoe meer een gekkenboel móést worden en dat de hoofden van ma en Jenny meer en meer op hol gingen, dan hoefde je, als hij er was, alleen maar naar beneden, ómdat er wat te eten en te drinken viel, en kon je verder, boven, je eigen zaakjes kalm afdoen. Dan hoefde je van ma, die wel op haar eigen gedrag mocht letten, geen standjes meer te hebben over je zoogenaamde onbeschoftheid, waar je alleen eerlijk en openhartig was geweest."

Doch Ida bleek minder materieel-practisch aangelegd. Koekjes en taartjes waren haar dierbaar, maar zij wilde met boven op haar kamertje alleen zitten, om verzeerd en verteerd te worden van nieuwsgierigheid. Haar gedachten zouden toch niet zijn bij wat zij las of werkte. Al pijnde en smachtte ook haar binnenste in het salon, waar al de aandacht van „dien man," voor Jenny en ma was, toch dwóng haar iets daar te blijven. Geen blik, geen gebaar mocht haar ontsnappen, van ma of dien man vooral niet. Zij verkoos niet meer voor hem te spelen, noch trok zij zomerjaponnen voor hem aan, (wat behoefde zij dit ook te doen, zag zij er niet altijd mooi en lief uit?) maar zij wilde gadeslaan. En eens, wanneer zij te erge dingen zou zien, kon zij, vol wraak, verwijten, en pronken met haar eigen vlekkeloosheid. Zij gevoelde zich zeer deugdzaam, nu zij vernalatigd daar ter neder zat, en haar meest peinzende en poëtisch-melancholische poses geen uitwerking hadden op hém; alleen maar Jules de vriendelijke opmerking ontlokten: „dat zij er uitzag of zij haar laatsten cent versnoept had."

Zij moest eens zien dat „die man" nog eens met ma's hand speelde. Maar „die man" deed dit eenvoudig niet, omdat Mathilde hem de gelegenheid daartoe niet gunde, en vol beminnelijken tact met de haar eigene bevallige kalme waardigheid den vriend op een afstand hield, na het onwillekeurig afluisteren van een gesprek tusschen Ida, Jules en Trude; waarbij de laatste zich scherp afkeurend had uitgelaten over ma's gekke doen. „Toe te staan dat die man met haar hand in de zijne zat."

Sluiten