Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mathilde had Ida eerst hoeren proesten van voldoening, daarna nijdig schelden; en was, over het geheele lijf sidderend, tóch, waar zij stond, gebleven, om Jules, woedend, zijn moeder te hoor en verdedigen: „Durf jullie nóg eens wat op mé zeggen, lamme nésten! Wat ma doet is góéd, ma staat te hoog voor jullie, ma zal nooit vergeten dat ze mevrouw Polemus is! Ellendige wichten, étres, hij is een vriend uit ma's jeugd, ze hebben samen gespeeld, ze waren kinderen

samen en toen hij ma's hand nam, Jenny heeft 't me

verteld, vroeg hij of hij Jenny mocht laten studeeren. Als ik geld had, liet ik Jenny studeeren, maar omdat ik niks heb, is 't toch best, dat ma's vriend zoo gul is. 't Wordt

maar geleend Mispunten, om daar wat leelijks in te

zien...."

Beurtelings doodsbleek en vuurrood, koud en warm van smartelijke beschaming, had Mathilde toen geluisterd naar het sardonisch gegrinnik harer beide dochtertjes, en zij wist dat het de afgunst en de haat vertolkte van Ida, en Trude's cynische geringachting.

Doch het lachen zette zich plots om in kreten van pijn, want de vuisten van Jules konden zich niet meer bedwingen, en beukten een roffel op de zusterlijke ruggen; waarna Jules, de op hem afkomende Ida van zich slingerde, als was zij een rietje, hetgeen Trude klaarblijkelijk zooveel eerbied voor zijn kracht inboezemde, dat zij hem niet dorst genaken. Jules deed geenszins voor niets aan sport. In elk ander geval zou Mathilde tusschenbeide zijn gekomen om haar meisjes te verlossen, maar nu kón noch wilde zij zich mengen in deze delicate aangelegenheid; als onzichtbare handen hielden haar met ijzeren greep terug. Zij vermócht op dit oogenblik niet te treden tusschen haar dochters en Jules. Alleen op haar kamer, snikte zij het uit van verdriet, en toch jubelde zij weer van vreugde, dewijl Jules zulk een kind voor haar bleek, ridderlijke en trouwe jongen. Toen ze hem een uur later weerzag, was groot haar drang hem te omhelzen, hem te sluiten in haar moederarmen en te danken voor zijn liefde, maar zij dorst niet, uit angst dat bij het vreemd zou vinden, iets zou raden van haar luisteren. Hij zou dit alles

Sluiten