Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O, lüj wist 't al, hij kwam zeker te druk; de menschen,

de kennissen, de buren Er mocht toch vooral mets aan

te merken zijn op mevrouw Polenius. Maar hij verkóós nu eens druk te komen; dien kleingeestigen boel, die kennissen, die buren, die vrienden, haarzelf te tarten. Moest zij zich nu ook al kleinsteedsch toonen ? In zooveel lange, bange jaren had hij haar, de vróuw van Paul Polenius, noch kunnen noch willen genaken, want hij gedoogde niet dat zijn rechtmatige plaats ingenomen werd door iemand anders, al had hij zich ook trachten te troosten met een wettige vrouw en" een massa andere, die geen van allen in Mathilde's schaduw konden staan. En nu eindelijk Paul gestorven was, en hij, Nolette, over een maand weer engagementen te veel had in alle mogelijke steden van Europa, zou hij toch wel gek zijn, als hij niet ruimschoots de gelegenheid aangreep zoo dikwijls mogelijk bij haar te zijn.

Dus liep hij met artiesten-ongegeneerdheid bij Mathilde in en uit, stuurde boodschappen dat hij kwam eten of koffiedrinken, en het anders zoo kalme huishouden leefde daardoor in een voortdurende agitatie; „den gekkenboel," waarover Trude geklaagd had. Zonder viool en met viool, maakte hij niemand gelukkiger dan Jenny. Jenny kon zich niets zaligers denken dan het heden, dat haar den grooten man, den gevierde bijna dagelijks te zien gaf. De dagen dat hij niet kwam, waren voor Jenny geen dagen. Zij leefde dan slechts

ten halve. Zoodra hij verscheen, bloeide zij weer op. „Ma

is hij er geweest Nolette, meneer Nolette? vroeg zij,

thuis komend na een afwezigheid van eenige uren, hijgend, de oogen vol verwachting. „Verbeeld je, als hij er was geweest, en zij had hem niet gezien Ma kon natuurlijk

wel van hem vertellen, maar 't zou toch nooit 't ware zijn, en ma vertelde zoo stijf jes, zoo terughoudend altijd. Mathilde nam met stijgenden angst, uit wezenlijke moederliefde, en zij ^onderscheidde dit gevoelen met dankbaar hart van al haar overige gevoelens, Jenny's gemoedsstemmingen waar. „Het kind was te onschuldig, te argeloos en te oprecht om te huichelen, zij móést eenvoudig met haar gansche wezen zeggen dat zij dezen man lief had met de eerste liefde van

Sluiten