Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laakten innerlijk Frederik, dat hij zijn schoonzuster in dezen niet had geholpen.

,,0, hoe heerlijk voor haar, tante, wat ben ik blij dat dat gebeurt. Ja, Jenny heeft een mooie stem. Hè papa?" Frederiks oogen drongen in die zijner schoonzuster met de vraag: „hoe kóm je aan het géld?" Hij had reeds een vaag vermoeden dat het Nolette was die het geld moest geven of leenen, en een onrust kwelde hem. De tegenwoordigheid der dames Helm begon hem sterk te hinderen. Hij verlangde zekerheid. Alsof zij gisten wat er in hem omging, stonden zij op, namen afscheid. „Nu adieu, Mathilde, beste kind! 't Wordt onze tijd, zeg, Eef " „Ja, zeker moe Mevrouw Polenius " Everdien keerde haar vriendelijk rood

gezicht met iets van deernis Mathilde toe. „Dank u nog wel voor 't lekkere kopje thee."

Frederik had zich haastig blij verheven, boog; Etha stak de hand uit, sprak eenige vriendelijke woorden, voelend hoe er twee lieve goede zielen huisden onder deze ampele stijve burgerdameskleedij. En de dames Helm, verlicht, dewijl het afscheid er door was, hoewel het haar speet dat het gezellig middagje zoo beknot was geworden, haastten zich de kamer uit; Everdien onbewust schutterig achter moe aan; terwijl Mathilde, na een kort excuus tot haar zwager en nichtje, ze uitliet. )

Zij trad het vertrek weer binnen, met een gevoel van veiligheid door Etha's daarzijn.

Vroeger zou Frederik zich niet ontzien hebben brutaaiironisch te vragen: „Zeg eens, hoe kom jij zoo op eens aan géld, nadat ik 't je geweigerd heb, heb je soms de honderdduizend getrokken?"

Nu aarzelde hij: „Dus.... e je dochter .... je dochter

Jenny gaat zoo naar 't buitenland."

»J4," staalde Mathilde zich tot wilskracht, „Henri Nolette zal 't geld leenen. Hij heeft haar gehoord, is verrukt over haar stem, en daar ik hem zei dat ik 't niet heb, zal hij zoo goed zijn "

„Hm," bromde Frederik bitter, verslagen, jaloersch, vol zelf-verwijt. „Verdomd, al zijn doen van vroeger keerde zich

Sluiten