Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genaamheden zij Etha zeker zou brengen door deze onver hoedsche gastvrijheid. Nooit had Suzanne haar schoonzuster de gelegenheid gegund Etha te noodigen. Haar bitse uitvallen hadden ten allen tijde zulk een durven van Mathilde belet.

„Wat is er met mama, wat is er ?" minachtte plots Frederik, die, niettegenstaande een aangevangen gesprekje met Nolette, zijn schoonzuster en dochter nauwlettend was blijven bespieden, de ooren gespitst.

„Tante vroeg of ik hier wil blijven dineeren?"

Een groote vreugde door juichte Frederik.

„Natuurlijk, als tante zoo lief is je te vragen, accepteer je dat met genoegen, Etha." En uit werkelijke vaderlijkheid voegde hij er bij: „Ik dank je ten zeerste, Mathilde, 't wordt tijd dat Etha eens ander gezelschap krijgt dan wat ik haar thuis kan geven, vooral sinds den dood van mijn schoonvader, nu wij niet meer uitgaan en geen andere menschen zien dan die daar over praten."

Hij geneerde zich niet voor Nolette, maar sprak zijn bitterheid ten volle uit, zijn thuis innerlijk verwenschend.

Etha vertelde Mathilde hoe haar moeder nu zoo vastgegroeid was in het onderwerp beroerte, dat zij bijna over niets anders te spreken was. ,,'t Is bepaald neurasthenisch, papa wil 't niet gelooven, maar ik heb al zoo lang gedacht of mama ook met ziek van geest kan zijn."

,,'t Zal misschien wel weer over gaan, als die condoléances ophouden," troostte Mathilde.

Frederik zag in dat het voor hem niet ging nog langer te blijven zitten, en erkentelijk, dewijl zijn bezoek nog zulk een onvermoed en hoogst gewenscht gevolg had opgeleverd, nam hij afscheid; Mathilde, die veinsde dit niet te bemerken, nog een deemoedigen berouwvollen blik toezendend. Hij stapte in zijn auto, en liet zich naar de Witte brengen, waar hij schertste en lachte met eenige bekenden, die hem in bedekte termen gelukwenschten met zijn vermeerdering van fortuin.

„Dat moet je liever mijn vrouw doen," wrevelde hij. „Ik ben er doodonschuldig aan." Doch zij keken ongeloovig, en gaven hem te verstaan in een armstoot met „óch, loop nou

Sluiten