Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wees toch_ niet zoo bang, mijn arm hartje," suste Frederik, terwijl hij het sidderende meisje uit den wagen hielp. „Vader is er immers, zij kan je niets doen. Ik zou haar vermorzelen, eer ze je aanraakte.

Etha rilde weer. „Hoe vreeselijk dat men op die wijze over zijn vrouw en moeder moest spreken."

Karei, de knecht zag Etha aan met zeker medelijden, toen hij opendeed. Etha keek nog ééns, over haar schouder heen, naar de auto, welke Bennink in de garage ging bergen. O, hoe gaarne was zij er weer mede terug naar de stad gereden.

„Ze is naar bed!" fluisterde Frederik, met Etha's arm door den zijnen, snel den corridor eerste verdieping doorloopend. „nu gauw in je kamer, en sluit je deur af, veiligheidsmaatregelen zijn in elk geval goed."

Maar Suzanne was niet naar bed, en juist toen Frederik en Etha voorbijslopen, opende zij onhoorbaar haar deur, en stond plots voor hen, haar schrale gestalte gehuld in de wijde plooien eener wit wollen morgenjapon met sleep, welke haar een spookachtig aanzien gaf, en haar verschijning als uitrekte.

„Ah .... Etha...." begon zij zoetsappig, haar fletse oogen evenwel doorglimmerd van een valsch licht.

„Goeien avond, mama," het meisje schudde alle vrees van zich af, richtte zich op aan haars vaders arm, staarde haar moeder aan met haar gewone openhartigheid. Zij behoefde zich immers met te schamen.

„Kom even binnen," noodigde Suzanne uit, „zoo op visite geweest?"

„Ja mama, papa heeft 't u toch wel gezegd? bij tante Mathilde."

„Bij tante Mathilde, zoo zoo, bij tan-te Ma-thilde. En dat dorst je maar zonder mij te doen, hè...." „Ja mama, papa heeft...."

„Papa..! ? ? Je hebt óók een móéder...." Etha zweeg. „Of heb je soms géén moeder?"

„Dat vraag ik me ook wel eens af," mengde Frederik zich in het gesprek. Doch Suzanne scheen zich thans gewapend te hebben tegen

Sluiten