Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mee kon omgaan, maar ik heb natuurlijk ook mijn gebreken, en ik hield zeker niet genoeg rekening met haar ziekelijken toestand, ik was blind op dat punt.... Maar nu 't tot zoo'n

uiterste met haar gekomen is, zie ik op eens alles klaar in

ze was altijd een lijderes, een patiënte "

„Weet je wel dat ze uit haat tegen jou Etha geslagen heeft?"

„Ja, maar juist die haat is iets ziekelijks; ik heb haar nooit reden gegeven. En nu ben ik vol medelijden." Frederik haalde de schouders op, hij aanbad zijn schoonzuster ook om haar karakter, en toch werd hij ongeduldig onder wat hij noemde haar „heiligheid." Zóó goed behoefde ze niet te wezen, ze moest met hem aangaan, schelden op Suzanne, haar desnoods willen slaan.

„Frederik, ik hoop dat ze tot haar verstand komt, maar stel je voor dat ze erger werd ? Zou je dan geen medelijden met haar hebben?"

„Neen," zei hij ruw-ongeduldig, „ik zou denken dat ik altijd diep te beklagen ben geweest, omdat ik jaren lang met zoo'n perceel was opgescheept. Ik wil heel graag dat je beter over me denkt dan je tot nog toe deed, Matty, ik voel me

heel schuldig tegenover je, maar omstandigheden je

weet 't.... En verg nu alsjeblieft niet dat ik voor liefhebbenden echtgenoot speel van 'n creatuur waar ik van walg. 't Is waar, ik wéét wat je zeggen wilt, ik heb Suzanne getrouwd om 'r geld en dat was slécht en wat dies meer zij. En ik had al jaren lang van 'r moeten wegloopen, maar je weet, ik heb 't gelaten om 't kind. A propos, ik begrijp niet dat zij en ik zóó'n kind hebben als Etha. Snap jij daar iets van? Naar wien aardt ze? Dat zou ik graag weten."

Mathilde glimlachte. Onwillekeurig ging haar mededoogen weer uit naar Frederik; „toch misschien een betere geweest met een betere vrouw."

„Dat ik m'n mallen kop in zoo'n strop stak, en zooveel jaren gesparteld heb als een gehangen man."

„Is dat beeld niet een beetje overdreven, Frederik? Ik betwijfel of je 't met de huwelijksplichten altijd zoo strikt genomen hebt, je houd me de opmerking ten goede."

Mathilde Polenius. 17

Sluiten