Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vallend hef tegen de dochter, wier glanzende kijkers hem vreugdevol tegemoet sprongen. „En hij giste niets van het gevaar waarin hij Jenny's harterust bracht," dacht Mathilde, „of hij verkoos het niet te zien. „En angstig sloeg zij de twee gade. Zij kende dit nog van hem uit zijn jongen tijd, en zij schudde ongemerkt het hoofd, dewijl dit kinderachtige hem al die jaren nog was bijgebleven. Hij was door haar eenigszins teruggestooten, en wilde nu alléén, dat een vróuw op het oogenblik lief was voor hem, den verwende. Het wondje in zijn eigenliefde móést gauw geheeld, zooals de vinger van een bedorven kind, om een naaldprikje, onmiddellijk moet verbonden. En een paar minuten lang, zag Mathilde, deed de reede bevrediging van dit verlangen hem goed; daarna ging het voldaanheidsgevoel weer te loor in het besef van zijn gasmeersverantwoordelijkheid. De genoodigden kwamenplots, als bij afspraak, tegelijk in grooten getale opdagen. Tokkelende dameslachjes, welklinkende ronde, benevens pieperig gemaakte heerenstemmen, vulden de ruimte. De musici wekten door hun instrumenten en lange haren den eerbied der kunstminnenden. Nolette had het zeer druk met voorstellen. En Mathilde bedacht dat zij al deze voor haar buigende menschen misschien nooit van haar leven meer zou zien. Men zette zich, praatte of zweeg; gebruikte de rondgediende ververschingen.

Toen bood een plat-harig schuin-nadig musicus den arm aan een dame, die met begeleiding van klavier, viool en violoncel enkele Beethovensch-schotsche liederen deed hooren. Mathilde en Jenny keken elkaar snel aan; het was zulk een aardappel-in-de-keel-geluid, als gewrongen tusschen nauw gangetje van hoog gezwollen amandelen door. De zangeres beurde haar oogen uit hun wit, om te vertellen hoe heur Wilhelm haar verlaten had, en bewoog het hoofd dartel vooruit en zette het lichaam schalks naar achter bij het vroolijke: .Bonnie laddie, highland laddiel' Zeer blond, en kinderlijk gekapt a la keeshond, stond zij daar in losse avondrobe van kersroode zijde onder blauwgrijs zijden gaas; waarboven blankte een boezem, welke minder welgedaan én meer aangekleed had kunnen wezen; blijkend een dun zilveren

Sluiten