Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„,Zeg. Wat klinkt dat gezellig oude-tijd-achtig." Hij gaf haar een vertrouwelijk vroolijken knik en stak haar de hand toe in een gulle aandrift. Eenigszins verlegen gaf zij hem de hare, want Jenny keerde met Jules terug naar haar plaats aan haar moeders zijde, en Mathilde zag Jenny's gezichtje al bedenkelijk lang worden.

( „Vreeselijk, die jaloezie van dat arme kind dadelijk En t was zoo ellendig met Nolette, hoe je ook je best deed hem op een afstand te houden, altijd kwam er zoo'n uitval die je van je stuk bracht. Hij, met zijn artiesten-aard, meende daar natuurlijk niets mee, en hij geneerde zich evenmin voor iemand of iets. Maar zij, mevrouw Polenius, moest oppassen Deze soirée had oogen en ooren."

„ Jemiytje " Zij streelde even de wang van het meisje

doch Jenny weerde af met haar kopje. Mathilde kon een zucht met bedwingen. Toen werd Jenny verteederd, begon over den zang van mevrouw Brisch, vertrouwelijk zacht pratend en lachend, tot het stemmen yan viool en cello begon. Mathilde boog het hoofd achterover. In de aandachtf.üitf..klonk nu PIots lentefrisch, zonnig en blij het allerhefelijkst-bevallig Andante con variazioni van het Haydn-trio Een gelukshuivering overvloog Mathilde's opgeheven gelaat welks spieren als in wedergroet bewogen, toen de kristallen aanvangsvoorslag van den pianist haar oor verraste. Zij had ze wel vast willen houden, die variaties, en dat Poco adagio cantabile, gevolgd door het vurig pittig Rondo al Ungarese waarbij de instrumentsnaren tot trippelende feeènvoetjes werden Zulke oogenblikjes van doorleefde hemelschheid vergoedden toch ook weer enkele ellendige oogenblikken jé bezorgd door verdrietelijkheden des dagelijkschen levens die op je drukten als een stapel steenen. Die Ida, in den vooravond.

Na het trio speelden Nolette en de heer Brisch de Kreutzerspnate; daarna de heer Brisch het accompagnement van „Die forelle, waar mevrouw Brisch klagelijk-angstig over heen huilde; om, na de laatste begeleidingsnoot, terecht te schuiven het eenzaam diamantje, dat al dien tijd, met haar deinende lichaam mede, vroolijk, soms uitgelaten gehuppeld had over

Sluiten