Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kenners naderden haar nu, omringden haar, prezen haar, voorspelden haar een toekomst rijk aan succes. „Neen zóó iets hadden ze niet verwacht, dat beloofde inderdaad, hoor, dat belóóf de."

„Goeie lui, ik zei 't jullie immers!"

Nolette wreef zich ongegeneerd de handen. „En jullie knikten wel ja en amen, maar in jullie gemoedje geloofden jullie me toch niet. 't Was natuurlijk weer zoo'n gewoon

kamerstemmetje en nu hoor en de heeren dit, hè?

Nu zal ze zingen van Wolf: ,Tretet ein, hoher Krieger'.

Dat hebben we ook samen ingestudeerd en daarom zal

't nog niet volmaakt zijn, maar de stem is er. Nu is ze niet meer bang, hè kleintje ?" teederde hij. Zij schudde het kopje; dè oogen neer, betooverd, overgelukkig, heel haar wezen van hem, haar wil zich oplossend in den zijnen; hem met durvende antwoorden in het bijzijn van al die vreemde menschen. Het leek haar een ontwijding toe dat die hier waren op dit oogenblik. Zij behield toch nog genoeg van eigen zelf over, om trotsch te wezen op de uitwerking van haar volle geluid in dit hooge zaaltje, dat kon bogen op een betere accoustiek dan menige concertgelegenheid.

Zij gevoelde zich gevleid door de hulde dezer menschen. En zij zong, sterk in zelfvertrouwen nu:

Tretet ein, hoher Krieger, der sein Herz mir ergab! Legt den purpurnen Mantel und die Goldsporen ab.

En men zeide dat het vorstelijk was. Zij gaf nog van Wolf: Er ist's,

Frühling lasst sein blaues Band Wieder flattern durch die Lüfte;

Zij gaf:

Du bist die Run.'

En aan "de toejuichingen kwam geen einde. Toen^kende zij de bedwelming van het ware eerste succes in het openbaar. Zij stond daar op de kleine estrade, met terzijde Nolette aan den vleugel, verdoofd door het bravogeroep, het voet-

Sluiten