Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ida oordeelde dit een te groote bescheidenheid van mevrouw Brisch. En zich buigend voor haar tafelheer heen, verzekerde zij mevrouw Brisch: „hoe zelfs na vijf en twintig jaar studie Jenny nooit het goddelijk geluid zou krijgen van mevrouw Brisch; dit was een gave, zoo iets was je aangeboren." En zij beleefde de voldoening van minzaam door mevrouw Brisch te worden toegebogen. Mevrouw Brisch informeerde of Ida musicienne was. Ida deed haar best te blozen en zei, haar kopje draaiend, met mevrouw Brisch's keelstem in miniatuur nagebootst: „Oh ach ein wenig "

Mathilde wist dat Ida's bewondering van mevrouw Brisch's zang geen anderen grondslag had, dan het 't eens zijn met mevrouw Brisch's aanstellerij. „Alles aan de Oostenrijksche was gemaakt en opgeschroefd en tooneelmatig. De ziel dezer vrouw verborg, naar alle waarschijnlijkheid, zich onder een even dikke laag émail als welke haar wangen dekte. En zij kwam Ida, de holle en oppervlakkige, dus volkomen in dier wezen tegemoet. Dergelijke vriendinnen en vrienden zou Ida zich kiezen in het leven; zulke menschen, wien het abnormale normaal was geworden, de leugen waarheid, het onnatuurlijke natuur.

Het zou de-zee-willen-dempen zijn, Ida morgen uit te praten, wat, wie, hoe mevrouw Brisch was, en hoe en wat haar kunst. Het eenig resultaat na zulk een pogen was natuurlijk: beticht te worden van hevige ijverzucht op ,de onvolprezen cantatrice, de héérlijke Brisch.' Zou Ida leeren, ónder?" Mathilde betwijfelde het. Doch dit wist zij zéker: zij, de moeder, kón tot het beteren van Ida's beoordeelings- en onderscheidingsvermogen niets bijdragen. Zij zou hier ten allen tijde staan' — volkomen machteloos. En zij hoorde, onder het hoffelijk causeeren van den meneer naast haar door, hoe Ida zich beklaagde in haar hoedanigheid van miskende grootheid. En zij wist, dat dien ganschen avond reeds, de afgunst op Jenny straaltjes venijn in Ida's ikje had afgespoten, zoodat de gansche Ida er nu van doordrenkt was. „Naar wien aardde Ida?"

Mevrouw Brisch, zeer aangetrokken tot Ida, beloofde haar uit Parijs, heur woonplaats, eens te zullen schrijven, en hoopte

Sluiten