Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mathilde klemde het weerstrevende meisje hevig tegen zich aan, keek haar diep in de oogen. „Jenny, waar ga je heen ?" „Naar Etha Geld vragen."

„Dan zul je er heen met mij. Ik zal met met je binnengaan. Ik zal je alleen in een rijtuig brengen."

„Is u bang dat ik me voor hém zal verdrinken, moeder ? Daarin ben ik uw dochter, ik heb ook mijn trots. Ik wil leven, ik wil schitteren, zonder hem!"

„Ik zal je brengen." Een vreemde kalmte kwam ook over Mathilde.

Jenny stortte zich in Etha's kamertje, om Etha's hals. „O Etha, help me, help, ik ben zóó ongelukkig, zoo diep ongelukkig!!"

Etha begreep er niets van; staarde haar nichtje verwilderd aan. „Jenny, wat is er? Heb je geen succes gehad, gisteravond?"

„Jawel, jawel dat O 't is te vreeselijk, maar

ik moet 't iemand vertellen, en jij bent goed, de eenige die goed en trouw is."

,, Je mama, tante Mathilde.... Er is toch niets met tante ?"

„Hou je stil over ma, alsjeblieft, ma is .... Je kunt nooit gissen wat er gebeurd is."

„God Jenny, néé ik heb me dood geschrokken, ik

bééf er van.'

„Je kunt niet méér beven dan ik, Etha, luister nou toch...." maakte Jenny zich driftig.

Dus hoorde Etha ademloos, tóch geduldig, naar een uiterst onsamenhangend, toen duidelijker wordend verhaal; haar donkerblauwe oogen wijd gesperd.

Zij schudde het hoofdje.

„God, hoe vrééselijk, hoe vreeselijk. Ik heb medelijden

hoor, diep medelijden "

„Met mij, nietwaar?"

„Met jou ook wel, omdat je teleurgesteld bent, maar 't meest met tante Mathilde. Ik kan me voorstellen wat tante Mathilde een ontzettend verdriet moet hebben. Hè, ze is wèl ongelukkig, hoor."

Sluiten