Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mathilde lachte zacht.

„En toch heb ik tóén heusch zóó geleden, moedertje. Geloof u toch. Denk u nu niet dat ik er dadelijk over heen was 't Zat veel dieper dan u dacht."

„Kind, dat giste ik, dat was mijn pijniging. Goddank, dat ik je weer heb."

„Hè, vertelt u van de engagementen. Wanneer gaan ze trouwen ? Ik kón ze niet schrijven, daarom heeft Etha 't maar gedaan. Ze féliciteerden mij ook met met mijn succès."

„Jenny, wat bén je toch koppig, 't Is waar, ze zijn koud onhartelijk, maar 't zijn toch je zusters."

„Nou ja. Ma, keek u^ indertijd niet vreemd op van Trude?"

„Nee. Ik had een voorgevoel, vooral toen ik wist van mevrouw Helm dat hij daar een paar keer op de thee was geweest, in Trude's zitkamertje, dat 't zoo ging worden. Gelukkig voor Trude, ze zal nu misschien tot 'n ietwat menschelijker staat komen."

„Verbeeld u, later, als ze getrouwd zijn, Trude met een kind. Een beschuit-droge zuigeling. En wat zei u van Ida ? Is u niet blij, af te zijn van zóó'n naar wicht ?"

„Ik ben nóg blijder dat ze haar zin eindelijk heeft, en ik zou nog véél blijder geweest zijn als ik een lieve verdraagzame dochter aan haar gehad had, getrouwd of ongetrouwd Ik hoop dat Marcius, die me een goeie kerel lijkt, haar wat van zijn goedheid zal meededen. Hij is nu blind voor Ida Ida is zijn schat. Enfin, best. Als hij haar maar met al té ved bederft. Hij is knap van persoon. Ik zal je de portretten laten zien."

„Heeft Ida hem lief, moeder?"

„Kind, is Ida daartoe in stóót ? Zoo jong mevrouw worden dót is haar liefde. Enfin, laten we hopen, stééds hopen." „Wanneer gaan ze trouwen?"

„Over een half jaar. Bepaald einddijk een punt van sympathie tusschen Ida en Trude, ze zijn nog steeds gebrouilleerd, maar ze trouwen tegen denzelfden tijd."

••9°^'ziin tocn een afschuwelijke familie.. al die brouilles. En ik was een monster, en ik wou altijd

Sluiten