Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uiterlijk te oordeelen, bekend om haar eensgezindheid buitenshuis, waar ze beurtelings als eikaars echo fungeerden en hun hevig krakeelen binnen de muren der eigen woning. Die laatste bekendheid was echter een gevolg van de indiscretie der meid, want in tegenwoordigheid van anderen kwam er nooit een onvriendelijk woord jegens elkaar over haar lippen.

Ze waren volkomen eender gekleed in tafzijden japonnen van een chocolabruine kleur en droegen het grijze haar, precies eender, glad naar achter gestreken, en met een rolletje tegen het achterhoofd geplakt. Maar even als het wel voorkomt, dat tweelingen in hun prilste jeugd een roze en een blauw strikje als onderscheidingsteeken krijgen, zoo droegen een colliertje van roode steentjes en een .ander van blauwe steentjes er het hunne toe bij om Betje niet te verwarren met Leentje en omgekeerd.

„Dag freule Tunberghe, hoe is 't met u?" zei Leentje, terwijl ze de presidente de hand reikte.

„Dag freule Tunberghe, hoe is 't met u?" zei dan Betje, op haar beurt de hand der presidente drukkend.

„Dag Jeanne, hoe gaat het met jou?" vervolgde Leentje.

„Dag Jeanne, hoe gaat het met jou?" zei dadelijk daarop Betje.

En dan ging het zusterpaar naar Suze die lachend van de pianokruk afwipte Leentje bij de rechter en Betje bij de linkerhand greep en kraaide.

„Dag zusjes hoe is het met jullie!"

„Hi hi...." lachte Leentje. „Die Suze heeft weer wat bizonders."

„Ja, wat bizonders," grinnikte Betje.

„Maar je ziet er anders best uit," vervolgde Leentje,

Sluiten