Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,ze zeien laatst dat je zoo bleek zag, net of er iets was, dat je je antrok."

„Ja, dat je je antrok," zei Betje.

„Ze zijn gek!" riep Suze met een schril lachje uit en ze werd plotseling zoo rood als een pioen.

Op dat oogenblik kwam mevrouw Lebeu binnen, op den voet gevolgd door een hoogblond jongmensch van een jaar of twintig.

Mevrouw Lebeu was een circa zestigjarige weduwe: ze had een lange opvallend schrale gestalte en ongewoon lange armen. Ze was bekend om haar geweldige angst voor „slecht volk" zooals zij het uitdrukte, en waagde zich vanaf de invallende schemering dan ook nooit op straat zonder het geleide van haar neef Johan, een jongmensch; dat op jeugdigen leeftijd zijn ouders had verloren en nadien bij zijn nicht Lebeu in huis was gekomen.

Johan was zooals gezegd een hoogblond en tamelijk gezet jongmensch met een blozende kleur en bruine oogen, die veelal in tegenwoordTgheid van zijn nicht zedig waren neergeslagen, maar op andere oogenblikken weieens heel levendis- konden schitteren.

Hij was altijd keurig gekleed, ietwat fatterig zelfs en hij had een zachte stem. Mevrouw Lebeu zei, dat Johan nog een echt kind was, een lieve bedeesde jongen maar nog onbegrijpelijk nalf en onschuldig voor een knaap van zijn leeftijd, een gunstige eigenschap, die de opvoeding, welke zij hem had gegeven, zeker had bevorderd.

Wijl hij echter physiek sterk en zelfs tamelijk pootig was, mocht hij zijn nicht tegen alle mogelijke aanvallen van slecht volk beschermen, een taak waarvan hij zich met loffelijke ingetogenheid kweet en dat hij de boosdoeners imponeerde, bewees de omstandigheid, dat nog

Sluiten