Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, zoo'n lief groen, hoedje," zei deze knikkend.

„Ken u ze toch niet?" vroeg Betje.

„Nee juffrouw Vis, nee.... ik ken ze heusch niet," viel de presidente ongeduldig uit. „En komt dat meisje?"

„Ja, dat zal ik u vertellen, dat is het nu juist," antwoordde Betje. „Ze heet van Straalen, met twee a's, want je hebt er ook, die met een a schrijven, maar zij niet, zij schrijft met twee a's. Je hebt hier vroeger nog een kantonrechter van Stralen gehad, weet u wel? Zoo'n klein heertje. Maar die schreef met een a en dat is ook geen familie van haar. Ja, we hebben natuurlijk goed onderzocht want je kunt er iedereen maar niet in halen, niewaar?"

„Juffrouw Vis, als u nu maar even zegt: „Komt dat meisje van avond?"

„Ja presidente," zei Betje, „dat is't nou juist, ziet u..."

„Ja, daar gaat het nu maar om," viel freule Tunberghe wat vinnig uit „dus...."

„Ze wil dolgraag...." sprak Betje.

„Ja, dolgraag," bevestigde Leentje.

„Dat kon je aan alles merken," vervolgde Betje, „maar nu is d'r moeder dood. O, dat mensch, als je dat hoort, hè Leen, wat die heeft doorgemaakt. Moet je begrijpen die komt op een keer thuis, 'k weet niet waar ze naar toe was geweest, maar toen zegt ze zoo tegen d'r man, dat ze zoo'n pijn had in...."

Een ruk aan haar arm en een wenk van Leentje in de richting van Johan onder de lamp, deed haar plotseling zwijgen, maar dadelijk hervatte ze.

„Enfin ik kan dat nu zoo niet vertellen, als we nu onder dames alleen waren, was 't wat anders, maar...."

Ze hadden allemaal al even tersluiks naar Johan gekeken, maar nu wendden ze plotseling het hoofd geheel

Sluiten