Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar zijn kant, want hij sprak eensklaps: „Nicht, als mijn tegenwoordigheid soms hindert, wil ik wel even in de gang gaan."

„Niet noodig, niet noodig!" riep Freule Tunberghe haastig, „Juffrouw Vis, mag ik u verzoeken u zooveel mogelijk te bekorten."

„Lees maar door Johan," zei mevrouw Lebeu.

„Jawel nicht," en Johan, die zijn beenen over elkaar geslagen had en zoo een heel stuk van een fraaie blauw zijden sok liet zien, die boven zijn elegante lage schoen uitkwam, boog het blonde hoofd weer over zijn kinderlijke lectuur.

„Afijn," vervolgde Betje. „Ja.... waar was.... ik nu gebleven....? O ja, de moeder die is dan dood en haar vader is gepensionneerd en die heeft pensioen...."

„Och kom....?" zei Freule Grevelduin op ongeloovigen toon.

„Wat blieft u, freule?" vroeg Betje.

„Niets, niets, gaat u voort!" riep de presidente, „Simonet, geen interrupties alsjeblieft."

„Nou...." vervolgde Betje, „ja, ik raak telkens van m'n a propos af. O ja nou weet ik het weer, de moeder is dood...."

„Jawel, die is nu al driemaardood, juffrouw Vis," viel freule Tunberghe uit en de vader heeft pensioen...."

„O jawel, freule...." sprak Leentje, „ja, dat komt, als je dan telkens gestoord wordt, dan raak je zoo van je a propos af. Ja, net als u zegt, de vader heeft pensioen maar ziet u, die heeft ook rhumatiek, niewaar Leen, in zijn beenen en zoo kan hij bijna niet gaan. Nou en dat kan verschrikkelijk zijn, want onze Pa, die had dat ook en ik weet nog heel goed...."

Sluiten