Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja...." sprak Betje, wier boosheid weer wat geluwd scheen „groot gelijk, dat u die niet hier haalt. Gut, als de vader hier kwam, ik geloof, dat ik zou gaan gillen! Landru dat vind ik zoo'n enge man; ik moet er altijd aan denken als de meid bij ens het fornuis poetst..."

„Zoo meteen is dat andere meisje nog een verkleede jongen!" veronderstelde mevrouw Kapon, „me man zou

zeggen— afijn, dat geeft nou niet " lachte ze

eensklaps luid op. „Die man van mijn kan d'r wat uitgooien astie op dreef is.... dat's 'n orresjineele....!"

Freule Tunberghe hamerde.

„Dames.... stilte alstublieft... Mevrouw Kapon, ik hoop dat u gelukkiger geweest is....?"

„Zak u vertelle, fruile," sprak deze dame met nog een nalach op haar dik rond gezicht om de verzwegen guitigheden van haar echtgenoot. „Ik ben gegaan naar de weduwe van Willem van Dort, die dat garen- en bandwinkeltje het in de Oeverstraat. Dat's nog een soortement nicht van me of dan eigelijk van me man. Afijn, nou nie voor 't een of 't ander, maar me man die heit haar eigelijk in dat zaakie gezet en daar mot je nog meer centen in steken dan de dames hier zouen denken. Afin maar dat doet nou nie. Ze woont daar met d'r dochter Marietje. 'k Zeg, Trui zeg ik, want ik ben d'r natuurlijk eigen mee. 'k Zeg, nou weet ik es 'n aardigheid voor Marie. Zoo, zeit ze, Kee, en wat is dat dan? 'k Zeg, wel, dit en dat en toe vertel ik zoo van Levensvreugde. Mot u begrijpe, Trui, die zit al jaren met dikke beenen, dus van in de winkel helpen daar is geen spraak van, dat mot allemaal gedaan worden door Marietje, en dat's toch al zoo'n afgekookt mergpijpie van een kind. Dus 'k wil maar zegge, zoo'n avond hier, dat's 'n uitkomst voor dat meisje, want dat

Sluiten