Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heit nou nooit niet es wat. Maar om nou op mijn aperapoo terug te komme. Trui die miek bezwaar. Dat was zus en 't was zoo, en 't was hier te breed en daar te lang, afijn klessen, want dat kan ze toch zoo. Maar ik mork wel, dat ze 't nie wou. 'k Zeg, Trui zeg ik, je bent tegen 't belang van je kind. Ze zeit, zoo, zei t ze, netzoo, zoo mevrouw Kapon en waarom stuur je dan je eigen dochter niet? 'k Zeg, je praat naar je verstand het. En wat zeit zij toen? Ze zeit, wat jij hier komt anpresenteeren, dat's sjaritee van ordinee, en daar benne me dochter en ik nie van gediend. En toen kon ik gaan. Afijn, u begrijpt fruile, als je door je mans familie d'r zoo om geafronteerd wordt, dan hè-je geen sjenie meer om d'r dadelijk verder achter te loopen."

„Dus u heeft ook niemand?" sprak Freule Tunberghe, wier gezicht hoe langer hoe strakker ging staan.

„Nee, van eiges niet," antwoordde mevrouw Kapon die deze vraag blijkbaar nogal onnoozel vond.

„Juffrouw Mandelbaum," zei freule Tunberghe, haastig op haar horloge kijkend.

De Duitsche francaise, schudde met iets sentimenteels in haar oogen het hoofd.

,,'t Spait mai soo, maar ik heb geeneen maidje vinden kunnen, dat komen wou. Een heeft mai half en half versproken...."

„Beloofd," verbeterde Suze zacht.

„Heeft mai half en half versproken beloofd," ging juffrouw Mandelbaum voort, „maar ik kan niet daarvoor, als zij toch weg blaift...."

„Suze en Jeanne.... jullie?" vroeg freule Tunberghe zich tot haar medebestuursleden naast haar wendend, maar deze schudden gelijk ontkennend het hoofd.

„Gut...." sprak Suze, „ik had misschien wel een meisje

Sluiten