Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

freule Tunberghe met al de wat zoetsappige vriendelijkheid, die haar na de ondervonden teleurstelling restte. „En Leontine.... hm.... je bent zeker wel bekend met het doel van onze vereeniging?"

„Wa blieft-er ou medam?" vroeg het meisje. Op dat oogenblik piepte de deur en kwam Johan met mevrouw Lebeu's tasch in de hand bijna onhoorbaar binnen: blijkbaar wat te bedeesd om op al die dames toe te treden, beschreef hij met zijn aangeboren bescheidenheid een grooten boog om het gezelschap heen, kwam dan bij mevrouw Lebeu, die al in de onaangename noodzakelijkheid was geweest om haar neus een paar maal krachtig op te halen, wijl in de begeerde tasch haar zakdoek zat, en reikte dat voorwerp zijn nicht met neergeslagen oogen toe.

„Alstublieft, nicht."

„Kon je hem niet vinden?" vroeg ze.

„Nee nicht," antwoordde Johan, „de meid had hem verlegd."

Dan keerde hij langs eenzelfden wijden boog naar zijn vouwstoeltje bij de schemerlamp terug en hervatte zijn lectuur.

Inmiddels was freule Tunberghe er in geslaagd haar vraag zoo in te kleeden, dat Leontine Schandevel de portée er van snapte.

„Ah sjuust," sprak ze en dan met een blik op Cato Sladerus, „dat's 't zelfste, wat juffra Madera zee...."

„Sladerus...." verbeterde deze dame haastig.

„Sladerus," herhaalde Leontine, „ah, 't es dadde, pardon mademoiselle, les noms hollandais, c'est trés difficile— 't es moeilik zulle veur ze goed te prononceeren, jong."

Leontine kreeg een stoel en Jeanne achtte daarmee het

Sluiten