Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een andere familie geweest, maar de Belgen hadden door al die gruwelen zooveel geleden, dat ze allerlei dingen door elkaar haalden en maar zelden in staat waren een regelmatig relaas van de doorgestane misères te geven. En dat was juist zoo'n afgrijselijk gevolg. De zachtaardige fijnbesnaarde Belgen waren door de woeste Duitsche horden heelemaal gedemoraliseerd.

De bovenvermelde stoornis kwam in de gedaante van Johan, die voor de tweede maal een beschuitje presenteerde met bedeesd neergeslagen oogen.

Deze gewoonte was vermoedelijk oorzaak dat hij niet precies kon zien waar hij liep en zoo struikelde hij even over een uitgestoken voet van Cato Sladerus, viel boven op Leontine, terwijl de inhoud van de schaal belandde in de breede schoot van Leentje Vis.

't Gebeurde in een ommezien en 't was ook in een ommezien weer hersteld: Johan had in zijn schrik allerlei excuses gefluisterd, die niemand goed verstaan had.

Leontine lachte helder op, haar oogen schitterden. Johan blijkbaar geheel confuus door 't incident was haastig naar zijn hoekje teruggekeerd.

Na eenige oogenblikken stond Leontine, na een blik op haar armbandhorloge geworpen te hebben, eensklaps haastig op.

„Bekans half tien, 'k zal ik vort motte, medam."

„Zoo'n haast?" vroeg Cato Sladerus.

Leontine knikte, vertelde, dat de juffrouw waar ze woonde, ziek was en dat ze die op tijd „den drank van den dokteur" moest ingeven; ze had eigenlijk al om kwart over negen moeten gaan, want het lette erg nauw, op welk uur dit medicament werd verstrekt.

„Wat scheelt de juffrouw?" vroeg Betje Vis.

Sluiten