Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meteen ietwat zwakke, doch overigens nogal gewone stem.

„Ga binnen.... ga binnen...." drong Jeanne bevend aan, „laat ik je een glas water geven.... of een glas cognac..."

„Nee juffrouw...." sprak Johan, „het is beter dat nicht eh ik zoo gauw mogelijk heen gaan. Het is zoo laat geworden, omdat ik eenige malen op heb moeten treden tegenover mannen, die ons kwaad wilden doen en om ongelukken te voorkomen en ze zooveel mogelijk uit den weg te gaan, moesten we telkens groote omwegen maken en dat hield erg op....

„Ja.... ja.,., maar die wond...." beefde mevrouw Lebeu.

„Wil ik de dokter-..?" begon Jèanne.

„O nee...." antwoordde Johan, „een bruut, die juffrouw Schandevel wou molestêeireh, heeft me toen ik haar verdedigde, met een boksijzer tegen m'n voorhoofd geslagen, het bloedde geloof ïk erg, maar ik heb bizonder goed geneesvleesch, dus dat beteekent niets." ! „En die bruut?" beefde Jeanne, die haastig de ketting op de deur deed.

„O," zei Johan, die heb ik door een Jiu-jitsju-greep dadelijk machteloos gemaakt...."

Noch Jeanne, noch mevrouw Lebeu wisten wat een Jiu-JItsju-greep was, maar ze ijsden er gelijkelijk van en haar bewondering voor Johan rees-met sprongen.

„Maar wat ruik jé naar odeur:..!" snoof mevrouw Lebeu en inderdaad verspreidde Johan in dë vestibule zoo'n geur naar heliotrophe, dat Jeanne, dié volstrekt «let tegen luchtjes kon, ervan niezen moest. Johan knikte.

„Een oogenblik ben ik bezwijmd door die slag tegen mijn hóófd en toen heeft juffrouw Schandevel iets uit een fleschje op mijn zakdoek gedaan, ik dacht dat het eau de cologne was; ik kwam er dadelijk van bij...."

Sluiten