Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Groote hemel...." blies Jeanne, „ik zou er eerder van flauw vallen, dan er van bijkomen. Wat een penetrante lucht is dat....!"

„Johan," zei mevrouw Lebeu op ontroerden toon, „je hebt je dapper gedragen, hoor, maar ik zal dolblij wezen, als we veilig en wel thuis zijn."

„Ik ook nicht...." antwoordde Johan, „maar als we nu dadelijk gaan, is er geen gevaar meer, ik heb al dat slechte gespuis nu tijdelijk op de vlucht gejaagd.... maar ze zullen terugkomen...."

„Gauw dan maar.... gauw dan maar!" haastte mevrouw Lebeu zenuwachtig.

Met schokken schoot ze in haar avondmantel waar Johan, als altijd gedienstig, haar inhielp.

Maar door dat geschok gebeurde er iets griezeligs: de hoofddoek schoot van Johan's voorhoofd en zakte op zijn neus.

Mevrouw Lebeu zag het niet, maar Jeanne sloeg met een gilletje haar handen voor 't gelaat.

Doch met een gesmoorden kreet trok Johan het verband weer omhoog, wat eigenlijk jammer was, want hij belette nu Jeanne te zien hoe phenomenaal snel de bloedende hoofdblessuur, dank zij het uitmuntende geneesvleesch van Johan, alweer genezen was, zoodat er bij lamplicht al niets meer van te bespeuren viel.

Wat natuurlijk niet wegnam, dat Johan wijs deed het verband er met het oog op de koude avondlucht, nog maar een beetje om te laten.

Mevrouw Lebeu nam haar knodsachtige paraplu uit den stander, welke paraplu trouwens ook meer bedoeld was als wapen dan als regenscherm, drukte Jeanne haastig en vluchtig de hand ten afscheid, stak haar arm zoo ver mo-

Sluiten