Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk door dien van den gewonden jongen held en gaf zich dan,.inwendig bevend van angst, op genade en ongenade over aan de vreeselijke gevaren, die buiten in de onheilspellend donkere straten, van alle kanten Op haar loerden.

„Een dappere jongen.... een zeldzaam moedige jongen... een heldl" dacht Jeanne, die na dè deur zorgvuldig op de ketting gedaan te hebben, nog even naar de zaal ging. om de lampen uit te doen. „Dat is nu een ideale man in mijn oogen.... moedig en sterk als een leeuw en naïf en onschuldig als een maagd.... pfftL.." ze blies een lamp uit. „Nou die kopjesrommel laten we zoo.... morgen wel zien.... heerejee wat een smeerboel op 't kleed.... Cato Sladerus heeft bepaald weer ineen beschuitje getrapt, doet ze altijd...

sloddervos die ze is.... pfft die is er ook gewéést.... tja,

Deodaat was nooit zoo moedig.... en lang zoo onschuldig niet.-... o jee, nee.... daar ligt het boek van Johan nog op zijn stoeltje.... „Sans familie".... een'echt'Hef boekje voor hem.... en dan te denken dat zoo'n zelfde eenvoudige kinderziel.;., e.... dinges;.*; sju sju of nee.... hoe heette dat ding ook weer waar hij die bruut mee neervelde.... piechie-sju.... of nee....sjOé-sjie...." - Ze had al peinzend over dat rare woord het boek opgenomen en keek er in:

„Wat is dat?"

Haar mond viel open van schrik, haar fletse oogen staarden wijd van plotselinge ontzetting. Op het titelblad las ze:

Emile Zola.

LA TERRE.

Sluiten