Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord voegend en dan vergoelijkend tot Jeanne „we komen ook zoo met de deur in huis vallen, niewaar?'

„Thuis alles wel?" vroeg Jeanne, die zich niet erg gevoelig toonde voor den schampscheut van haar zuster.

„Uitstekend.... u heeft beiden veel complimenten," antwoordde van Berkel, „en hoe maakt de bruigom het?" en van Berkel keek even rond in de kamer, half twijfelend of hij inderdaad den persoon van Deodaat over het hoofd had gezien.

„Nou," antwoordde Marie, „u kijkt zoo rond of u denkt, dat hij mogelijk hier of daar achter is gekropen en daar lijkt het soms wel wat op. Hij is sedert zijn bruigomlijken staat meestal onvindbaar."

„Hij is misschien wel met zijn bruid gaan wandelen," veronderstelde Caroline.

„Met Clara?" vroeg Marie. „Wel nee kind, die zit hoog en droog thuis in Waalbrugge."

„O ja?" vroeg van Berkel en dan Carolien aanziende, „wij hadden begrepen, dat ze vandaag hier zou komen, hè?"

Carolien knikte.

„Ja.... dat meen ik ook."

„Niets van bekend," sprak Marie.

„Er is gisteren nog een brief en een pakje van haar gekomen," zei Jeanne „en dan eensklaps opspringend, „Gut, daar liggen ze nog alle twee op den schoorsteen.... ongeopend."

„Alle menschen," zei Carolien, „zeker vergeten om ze aan meneer Deodaat te geven...." „Wel nee...." begon Jeanne, „hij...." Maar Marie kuchte en humde eensklaps hevig. „Natuurlijk.... natuurlijk..." sprak ze nogal luid en

Sluiten