Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu is dat laatste niet altijd mogelijk, want sommige onaangename dingen als dakpannen en verkoudheden vallen onverwachts op je lijf, zonder dat je tijd of kans hebt gehad ze te ontwijken; maar afgescheiden daarvan, was die philosofie van Deodaat nog lang zoo mis niet.

Voor het tegenwoordige had ze hem er al in doen slagen heelemaal niet aan Clara en nog veel minder aan zijn bruigomschap te denken.

Hij liep op dat buitenwegje te kuieren als een volmaakt gelukkig mensen, dat is een mensch, die in geestelijk evenwicht over den aardbol stapt en zonder onaangename bijgedachten en zonder verlangens kalmpjes geniet van de kleine geneugten, die hem op dat oogenblik worden geboden.

Die kleine geneugten waren de warme zonneschijn na veel sombere dagen, de zuidewind die geuren meebracht van een veld bloeiend koolzaad, de aanblik der frisch groene slootkanten, waar de gouden bloemen van het speenkruid op straalden, het bonte vee in de al malsche weiden, het getjilp der musschen en het gekwaak van een ontijdig verliefden kikker.

Het was alles plezierig, weldadig, onschuldig en gezond en daarom heel jammer, dat het buitenwegje ten slotte uitliep in een achterbuurt der stad.

Deodaat bleef voor dat einde nog even staan bekeek den afgelegden weg, nam zijn hoed af, daar hij warm was geworden en veegde met een zakdoek waar J. H. 3. op stond de transpiratie van zijn glimmend kalen schedel.

Dan vervolgde hij zijn weg.

In den achterbuurt moest zijn philosophie hard werken om weer op dreef te komen want telkens stoorde hier de aanblik van een paar vechtende honden, een kapotte

Sluiten