Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hemelsche verrukking vallen, ee? Dat's toch vermoeiend voor die man; als dat dikkels voorkomt."

Tine kraaide en Sjors peinsde blijkbaar op ook 'n goeie mop. Clara kirde zoowat als een verlegen bruidje, dat wat ondeugende plagerijtjes te verduren heeft.

Van Berkel, die nu graag vaste stekken stak, wijl Trees anders zou klagen, dat ze niets aan die afspraken had, vroeg nogeens de bevestiging der aanvaarding van de uitnoodiging om bij hen in Waalbrugge te komen logeeren op dien elfden Mei aan Marie en Jeanne, die beiden „Heel graag" zeiden of beter gezegd op punt waren iets dergelijks te antwoorden, toen de deur openging en er een blond jongmensch binnentrad.

Dat blonde, vrij dikke en blozende jonge mensch was zeer modieus gekleed: hij droeg een sterk getailleerd colbertje, zijn pantalon reikte tot even boven zijn enkels; in zijn dikblond haar lag een onberispelijke scheiding en de golving van de zijwaartsche lok neigde naar het artistieke; jammer genoeg werd zijn frisch gelaat ontsierd door een groote pleister, die op zijn voorhoofd blijkbaar een afgrijselijke wonde aan het oog onttrok.

Klaarblijkelijk wat verlegen van aard, bleef het jonge mensch, dat zich plotseling tegenover zooveel vreemde menschen bevond, een oogenblik bedeesd bij de deur staan, kuchte even achter zijn hand en zei dan met zachte stem:

„Pardon.... als ik derangeer."

„O, dat is Johan van mevroüw Lebeu...." zei Marie. „Kom maar hier jongmensch, je hebt zeker een boodschap van je nicht?"

„Nee juffrouw, toch niet," antwoordde Johan op den zelfden toon, terwijl hij nu op Marie toetrad, en daarbij

Sluiten