Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rakelings langs Carolien schoof, zoo rakelings, dat hij met een „Pardon" en een glimlachenden diepen inkijk in haar oogen passeerde.

Vervolgens drukte hij met een buiging de uitgestoken hand van Marie.

„Mag ik dit jonge mensch even voorstellen," zei Marie nu. „Eenchevaliersanspeuretsansreproche,op'toogenblik licht beschadigd, die luistert naar den naam van Johan Lebeu.... hier m'n zuster en freule Grevelduin ken je.... freule van Heldenaer, meneer en mevrouw Bolsing uit Amsterdam, meneer van Berkel uit Waalbrugge en juffrouw van Berkel."

Johan boog met neergeslagen oogen bij eiken naam, die genoemd werd, alleen toen hij Carolien's naam hoorde sloeg hij zijn oogen even op en scheen zijn bedeesdheid even geweken.

„Ga zitten, Johan," zei Marie zonder een bepaalde stoel aan te wijzen, doch daar Carolien het laatst in de rij zat, nam Johan met een haastig: „Ik zal maar zoo vrij zijn," een tabouret en zette zich verder zonder plichtplegingen naast Carolien neer, die hem even van terzijde, een tikje uit de hoogte, opnam en dan met haar neus in de lucht en een toegeknepen mondje den anderen kant uitkeek.

„ Ik heb u laatst zien tennisspelen," zei Johan.

„Mij?" vroeg Carolien verbaasd.

„Ja, ik was even in Waalbrugge en toen passeerde ik het terrein van uw club en zag u spelen."

Carolien haalde haar schouders op.

„Hoe wist u dat ik dat was?" vroeg ze nochtans even later op snibbigen toon.

„Dat wist ik toen niet, maar nu wel," zei Johan, „ik herkende u dadelijk, toen ik binnenkwam, ik zou

Sluiten