Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kan wel...." snauwde Carolien, „schrijft u 't recept dan maar op."

Inmiddels had de pleister op Johan's hoofd hoe langer hoe meer de aandacht getrokken. Sjors en Tine hadden er zacht met Jeanne, Simonet en Clara over gesproken, freule Grevelduin en Jeanne legden er iets van uit, maar de eerste zei plotseling zacht: „Laat hij zelf maar eens praten," en dan luid tot Johan:

„Hè Johan, vertel toch es, wat ze met je hoofd hebben gedaan, ee? Je nicht Lebeu zei me, dat je zoo'n heldendaad had verricht. Draai dat verhaal es af. Dan weten we 't allemaal. We zijn d'r zoo nieuwsgierig naar, ee?"

Johan sloeg zijn oogen bescheiden neer.

„O, freule, 't had heusch niets te beteekenen," sprak hij op bedeesden toon.

„Daar stelt iemand zich eventjes an," sneerde Carolien zacht. „Wat een komediant!"

„Nou, maar 't had toch zooveel te beteekenen dat je even bewusteloos was, Johan," zei Jeanne,

„Zoo, waarachtig?" sprak van Berkel, die het jonge mensch even aandachtig opnam.

„Kom alla, jeune héros, nou geen valsche bescheidenheid, ee," zei freule Grevelduin, „we zitten allemaal te popelen naar je verhaal!"

Johan kuchte even achter zijn hand, hij kreeg het plotseling erg warm en voelde onwillekeurig of de pleister nog wel hield.

„O, dames en heeren," zei freule Grevelduin „le jeune héros vestigt de aandacht op zijn zegeteeken. Nou begintie.... Toe dan maar. Gisterenavond...."

„Hetisheeleenvoudig,"zei Johan, „Gisterenavond moest ik een der dames van de vergadering even thuis brengen."

Sluiten