Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marie wisselde een vreeselijken blik met van Berkel.

„He, hoe sneu...." zei Clara. „Dan wist Daad zeker niet, dat ik hier was."

„Natuurlijk niet," sprak van Berkel, die ook opstond, met veel overtuiging. „Kom Carotje.... we moeten gaan."

Freule Grevelduin zei dat ze dan ook maar'opstapte en Johan had-ook plotseling erge haast: Jeanne gaf hem, terwijl ze hem strak aankeek, zijn boek terug.

Op straat bleef het gezelschap nog even bijeen, wijl ze allen dezelfde richting uit moesten.Van Berkel liep.vooruit met Sjors, Tine en freule Grevelduin, daarachter kwam Carolien met Johan.

„Wil ik u nu es zeggen, waaraan ik u altijd terug zal kennen?" vroeg Johan, toen het oogenblik naderde, dat ze uiteen zouden gaan.

„Och ja," antwoordde Carolien erg onverschillig, „zeg het maar."

„Aan 't kloppen van mijn hart," sprak Johan.

„Och kom," zei Carolien met een verachtelijk lachje. „En weet u, waaraan ik u altijd terug zal kennen?" vroeg ze dan.

„Nee.... zeg het es....!" kreet Johan verrast. „Aan 't lidteeken op uw voorhoofd," zei Carolien. Even later ging ieder zijns weegs.

Sluiten