Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb, nu ik over een „avondje" spreek, nooit iemand ontmoet, die zich met zoo weinig waardeering over de gewone „avondjes" in de beschaafde samenleving uitlaat, als die zwager van mijn jongsten broer.

Tusschen twee haakjes, die zwager is in die samenleving ook niet erg getapt.

We hadden het er laatst over.

„Jullie zijn gek," sprak hij, „ik heb aan al die onderlinge plagerijen voorgoed een einde gemaakt. Goeie genade, de menschen lijken wel idioot! Je komt zonder eenig kwaad vermoeden opgewekt van 't kantoor of van de soos thuis, bent van plan om na tafel in je huisjasje en met je pantoffels aan eens lekker rustig te genieten van je krant of van een mooi boek. Je zult een pijp rooken en je vrouw zal theeschenken. Om kort te gaan, je zult een avond hebben van vredig welbehagen in je eigen knusse omgeving, door niemand gestoord en niemand tot last, en je zult naar bed gaan als je slaap krijgt, eens heerlijk geeuwen en je uitrekken en je pantoffel laten balanceeren op je groote teen.

Zoodra je binnenkomt, zegt je vrouw: „Jazzes zeg, er is een invitatie gekomen van de van Stralens, of we plezier hadden om vanavond een kopje thee te komen drinken."

„Natuurlijk bedankt," zeg je met iets woests in je stem, want je hebt aan dat „Jasses" van je vrouw al begrepen, dat ze 't heeft aangenomen.

„Nee, dat kón niet," zegt ze gedecideerd, „we hebben de vorige keer ook al een excuus verzonnen."

Weg zalig visioen van knusse huiselijkheid van pijpen, boeken, huisjasjes en wiegelende pantoffels op groote teenen.

Sluiten