Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opstaat om het bonnetje bij haar man te wisselen.

Tegelijkertijd komt je vrouw naar je toe en zegt: „ Ik heb negen cent verloren, geef es even...."

Als de gastvrouw even later nog snel rond is gegaan met de taartjes, waarvoor iedereen bedankt, wat met het oog op de beschikbare hoeveelheid ook maar gelukkig is, en je de laatste slok zurigheid snel hebt doorgeslikt, mag je eindelijk naar huis gaan.

Het is dan elf uur: het afscheid is nog veel luidruchtiger en jovialer dan de begroeting en je lacht weer allemaal zonder eenige aanleiding.

„Mag ik u eens helpen aan uw mantel?" Jij lacht en de mevrouw van den mantel lacht.

„O, dit is mijn hoed," zegt meneer Vleming en dan lacht iedereen.

,,'t Is zóó gauw laat geworden," zeg je dan met een idiotig hiklachje waarop mevrouw van Stralen grinnikt.

„Gut, wat is het donker buiten!" roept mevrouw Vleming met een lachgilletje als de voordeur na een verward handgeschud en lacherige bedankjes voor 't gezellige avondje open gaat.

Je lacht weer allemaal en scheidt met een starren lachgrijns op je gezicht.

Buiten zie je tot je verbazing dat je vrouw gearmd loopt met mevrouw Vleming: je kuiert er achter met hem.

Even later na een verrassend hartelijk afscheid weer met gelach, stap je dan in een snel tempo met je vrouw naar huis. -

Je lacht nu heelemaal niet meer, hebt een gevoel in je maag of je een kurk van een azijnflesch hebt ingeslikt, je vrouw critiseert de japonnen van de andere mevrouwen.

In de woonkamer ontstemt je de ontwrichte huiselijk-

Sluiten