Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de coupédeur werd dichtgesmakt: de conducteur rende naar voren: de trein schoof weg.

„Hartelijk welkom!" zei van Berkel, blij dat hij zich nu even verstaanbaar kon maken, en beurtelings de hand van Jeanne en van Marie drukkend: „Heeft de reis u niet teveel vermoeid?.... Ik heb een rijtuig."

De bagage, een mand, een koffer en de rolstoel van Marie waren uitgeladen, stonden bijeen op het perron.

„Deodaat haal mijn stoel es!" zei Marie.

„De bruigom heeft geen tijd!" riep Karei, die op de bagage toeliep en weldra den stoel bij de oude dame bracht.

Ze stapte er vrij vlug in.

„Ziezoo," sprak ze, van Berkel toeknikkend, „nu ben ik weer een heele Piet. Geeft u Minet maar hier...." en ze plaatste de mand op haar schoot.

„Sel ik u duwe?" vroeg Sjors gedienstig.

Maar de stoel rolde ineens met zoo'n vaart weg, dat van Berkel, die er beleefd naast wou blijven, moeite had om hem, zonder te draven, bij te houden.

„'n Oogenblikkie, bruigom," zei Sjors, op Deodaat toetredend, die met Clara aan zijn zij bij de anderen stond te praten, „Een blommetje.... Bruid, steek het in s'n knoopsgat.... of anders in s'n haar!"

Clara lachte schaamachtig, nam het takje oranjebloesem en stak dit op den lapel van Deodaat's colbert, die even wat schichtig terugweek, doch zich dan de operatie liet welgevallen.

Een oogenblik later reed het rijtuig met de dames de Jong, van Berkel en de bagage weg.

De anderen gingen te voet en zouden den rolstoel wel met zich mee voeren.

Sluiten