Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorop liepen Clara en Deodaat hevig gearmd, en Clara leunde zoo innig smachtend tegen haar bruigom aan, dat deze telkens op zij werd geduwd en met zijn eene been in de goot raakte.

„Ze zien er allebei echt gelukkig uit, hè?" zei Louis tot Tienus en Agnes.

„Buitengewoon," gaf Tienus haastig toe. „Het belooft een prettige bruiloft te worden," en Tienus, die ineens terugdacht aan het onaangename geval in Zwitserland, toen Louis hem wou dwingen zich met Clara te verloven, drukte stilletjes den arm van Agnes, die zijn gedachtengang begreep en glimlachte.

„Kijk, ze wijst hem het stadhuis," sprak Karei, toen ze dat gebouw passeerden tot Sjors, die met hem in de achterhoede liep en den rolstoel voortduwde. „Morgen moet-ie er aan gelooven."

„Astie nie wil, trekken we'm bij zijn vessie de trap op," lachte deze.

Tine wendde zich plotseling om, schreeuw-fluisterde achter haar hand.

„Ze Wees 'm het stadhuis.... daar trouwen ze! Ze heit het hem gewézen.... zag-ie 't?"

Karei en Sjors knikten, maakten grimassen van plezier.

,,'t Is onfoorsichtig van haar," lachte Tine die met Coos en Carolien liep.

„Och, waarom....?" vroeg deze laatste op ongeloovigen toon.

„Och meissie," zei Tine, „je ben nog te jong om dat te snappen, wat jou Coos, maar as ze hem niet goed bij s'n jessie houdt, set-ie de spat!"

„Wat is dat?" vroeg Carolien verbaasd.

Sluiten