Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Clara ga met hem meel" riepen unisono van Berkel en Marie.

„Dat's gelijk!" grinnikte Karei.

„Nee, nee....," sprak Deodaat op beslisten toon, „Clara blijft hier.... ben zoo terug."

„Wij gaan mee, zullen hem 't postkantoor wijzen, anders verdwaalt-ie!" riep Sjors met een knipoogje naar van Berkel, die even instemmend terugknikte.

„Heel graag....," zei Deodaat.

Even later stonden ze met zijn zessen op straat.

„George!" riep ineens van Berkel, hem terug roepend en als de geroepene bij hem kwam, fluisterde de oude heer snel: „Houdt hem in de gaten, hoor!"

Geen nood, ik vat 'm bij s'n jessie!" 5

Dan liep hij op een draf om de anderen weer in te halen.

„Aardig stadje," zei Deodaat, die overal rondkeek. „Hoe kan het anders.... de geboortestad van je bruid," sprak Coos.

Deodaat glimlachte, keek met aandacht naar den gevel van het Hotel de Roode Leeuw*.

„Daar sit de flieger z'n galgemaal te eten," zei Tine.

„He jakkes," griezelde Coos, „Goed, dat de man het niet hoort.

„George, moet jij niet vliegen.... en Tine?" vroeg Coos.

„Es kijken," zei Sjors, ;,as 't saakie d'r goed uitsiet, waag ik een tochie."

„ Ik ook," zei Tine, „op de Entos heb ik wel sesmaal gef logen."

j,En de bruigom?" vroeg Karei. „Och," antwoordde Deodaat, „mogelijk, dat ik word aangestoken door de algemeene vreugde en ook eens

Sluiten