Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn oogen lachten. „U zag het?" „Ja, natuurlijk."

„O, gelukkig," sprak hij „dan had u me dus al eerder herkend." „Wat?"

Ineens begreep ze, dat hij doelde op haar veinzen, dat ze hem zelfs niet eens dadelijk herkend had, toen hij haar aansprak.

Geen wondkoorts gehad?" vroeg ze, met een poging om hem eens lekker op zijn plaats te zetten.

„Nou, of ik...." begon hij, maar op dat oogenblik greep mevrouw Lebeu hem bij den arm en doelend op den vlieger, die pijlsnel naar beneden scheen te vallen, doch zich dan plotseling weer verhief, riep ze uit:

„Johan, zag je dat?.... Verschrikkelijk!"

„Ja nicht.... ik ijsde ervan," sprak de neef.

Een applaus klapte los, want het toestel had den grond weer bereikt en Fritz Muller sprong vlug op het veilige groene weiland.

„Mevrouw Kapon is er ook," zei Freule Grevelduin zich weer omwendend, „en juffrouw Amandelboom, kun je begrijpen, ee, Fritz Maller uit d'r Heimat! Ein Deutscher Leutnant! En wat voor een! Ze zal ook meevliegen en hoch fiber die Welt, zei ze, zou ze dan alleen zijn met Fritz in een stukje van die liebe Heimat. Als ze noe maar niet met Fritz en de Heimat naar beneden valt, ee. Enfin we zullen 't beste voor 't mensch hopen; dat's altijd het verstandigst in de ure des gevaars. Cato Sladerus wou niet mee, ze zei dat ze niet wist of ze zichzelf meester zou kunnen blijven als ze een Duitsche luitenant zag want die had natuurlijk minstens vier Belgische kinders levend

Sluiten