Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sjors en Louis gedroegen zich als de schutsengelen van het bruidspaar, weken geen oogenblik uit de nabijheid en Karei, Koos en Tine vormden een achterhoede, die stellig geen enkele doorbraak of vluchtpoging van een verstrooiden bruigom zou gedoogen.

Trouwens, de kans dat Deodaat nu nog den verkeerden kant zou oploopen, was thans wel tot een minimum gereduceerd.

Sjors en Louis schaamden zich eigenlijk een beetje over het gekke figuur, dat ze bij het postkantoor sloegen, hadden er nog even met van Berkel over gefluisterd, maar deze had toch gezegd. „ Ik weet het niet, maar eer hij met Clara voor den ambtenaar van den Burgerlijken Stand zit, ben ik niet gerust."

,,'t Is 'n kemiekeling," had Sjors gezegd. „Ik ben op veel bruiloften geweest, maar soo'n gekke knul van een bruigom heb ik nog nooit angetroffen. En as-ie nou getrouwd is en ie set dan de spat?"

„O," had Louis uitgeroepen, „dan komt het er niet meer op aan."

De vluchten met een passagier namen nu een aanvang.

De eerste, die meeging was fraülein Mandelbaum, die stralend van „Wonne" en „Seligkeit" zich door Fritz Müller liet helpen bij 't inklimmen, nadat freule Grevelduin haar hoed in bewaring had genomen en heur haren met een autosluier had vastgebonden.

„Nou, juffrouw," zei de freule, „hou je maargoed, hoor, noe ga je met je Heimat ins Blaue hinein, ee? Valt er niet uit, mensch, ik bewaar je hoedje wel. Lieb Vaterland kannst ruhig sein. Dag, oor!" zei ze, liep op een drafje terug naar haar plaats, want Fritz Müller, die even met

Sluiten