Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, samen konden gaan, zie je," echode Betje.

„Nou ja," zei mevrouw Kapon, „maar als jullie d'r een van tweeën uitvallen, laat je geen weduwman achter net as ik. God, as ik weduwe was, ik zou me geen oogenblik bedenken, maar as vrouw zijnde mag je je leven niet ranskeeren. Me man die zeit, toen ik zee da'k ging: Mensch zeit-ie, net zoo, mensch, je kan voor mijn part de lucht in vliegen, maar as je d'r uit flikkert, trouw ik sebiet met 'n ander. God, ik heb toch gelachenl Die man van mijn, die kan d'r wat mee!"

„En met wie zou hij dan trouwen?" vroeg Leentje.

;,Bè-je gek, dat was toch maar dollen," antwoorddemevrouw Kapon half boos en verschrikt, „mot je Bernard kennen, geen vijf minuten kan-ie zonder me. Doch-ie dat-ie z'n koffie dronk, aS ik ze niet in heb geschonken? Nooit niet Onlangs toe was m'n nichie bij me en die zee: Tante zee ze, ik zal oom z'n koffie inschenken, 'k Zeg, je doe maar. Nou ze doet het, maar laat Bernard het nou sebiet merken! Wat zeit-ie? Sievoeplee merci, die lus ik nie.... en hij gaf ze de kop wel terug!"

En mevrouw Kapon kreeg ineens tranen in haar oogen bij de herinnering aan dit blijk van echtelijke liefde.

„Mevrouw Lebeu mag wel es op haar neef letten," zei Leentje.

„Dat mag ze net," zei Betje en de drie dames keken met onverholen belangstelling en afkeuring naar Johan en Carolien, die naast elkaar in 't gras gezeten, blijkbaar erge pret hadden.

„Och, 'n beetje vrijen is gezond," vond mevrouw Kapon.

„Hoe heb je 't gehad?" vroegen Coos en de anderen, toen Karei weer bij hen kwam.

Sluiten