Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nou," antwoordde deze, „nogal katterig, maar interressant is het."

„Daad wil ook gaan," zei Clara, „maar ik vind het zoo griezelig."

„O, gevaar is er niet bij!" riep Karei uit, „maar de Jong, dan mag je je wel gauw aanmelden," vervolgde hij, „want je krijgt een genummerde kaart en dan zou je lang moeten wachten."

„Zou je denken?" vroeg Deodaat en dan tot Clara „wacht, dan loop ik er even heen" en de daad bij 't woord voegend, maakte hij zich los van Clara's arm en liep het terrein op naar het vliegtuig toe. Sjors zag Louis aan.

Deze schudde geruststellend het hoofd.

„Hij kan nergens naar toe," fluisterde hij.

,,'t Is soo'n rare putter," fluisterde Sjors terug, „as-ie recht doorloopt, raken we 'm kwijt tusschen 't volk aan d'overkant."

Deodaat had het vliegtuig weldra bereikt.

Ze zagen dat hij den vlieger aansprak. Deze knikte, wees naar het tentje van den kaartverkoop. Deodaat ging er heen, kwam dan met de kaart in de hand terug.

„Zie je wel," zei Louis glimlachend.

,,'t Saakie is gesond," knikte Sjors gerustgesteld.

„Welk nummer?" vroeg Clara, toen Deodaat weer bij hen was gekomen.

„Ik heb het getroffen," antwoordde Deodaat. „Nummer vier. Die kaart was al verkocht, aan een dame, maar die trok zich terug en nu kon ik hem juist overnemen. Dadelijk na deze vlucht ga ik...."

Het vliegtoestel snelde alweer ronkend over het weiland, verhief zich en ging de lucht in.

„He, Daad, ik vind het toch griezelig," zei Clara, die

Sluiten