Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den arm van haar bruigom nog eens extra stevig knelde. Deodaat glimlachte.

„De griezeligheid is voor mij," antwoordde hij, „en ik denk wel, dat dat mee zal vallen."

„Zul je naar me kijken, als je opstijgt?"

„Zeker, maar ik weet niet of ik je in de menigte zal onderscheiden," antwoordde hij.

„Ik zal wuiven met m'n sluier....hé mannie?" zei Clara, zich nu erg innig tegen haar bruigom opdringend.

„Ja.... ja.... goed...." sprak Deodaat, die den vlieger met zijn oogen volgde.

„Gaat de bruigom vliegen?" vroeg Agnes.

Clara knikte bevestigend.

„En vind je dat goed?"

„Hij wil zoo graag....," zei Clara, „niewaar Daad?"

Daad vond het blijkbaar niet noodig om dit nog eens te bevestigen en bekeek de kaart, die hij gekocht had.

„Wie doet er mee van alle vogels fliegen," riep Sjors, „Handen op... een finkie fliegt... een Deventer koek fliegt... een bruigom fliegt....!"

„Ik ben d'r bij," riep Johan, „en ik zit in de put, dertig meter en Carolien moet me d'r uit halen...."

,,'k Laat je stil zitten," zei Carolien, „en als je zooveel praats hebt, doe 'k het deksel er op...."

„Sjors.... ik wil ook nog een tochie maken," zei Tine.

„Hou je gemakkie, ik self ook," antwoordde deze, „Sebiet, as de bruigom terug is."

Het toestel kwam juist weer aangeronkt, daalde op het veld en stond stil.

„Nu," sprak Deodaat, die toch een beetje onder den indruk scheen van hetgeen hem te wachten stond, „Nu...., ik ga tot zoo!"

Sluiten