Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tienus en Agnes en Jeanne voegden zich bij de anderen.

,,'t Duurt lang, hè?" zei Tienus zacht tot Karei.

Sjors vloekte binnensmonds.

Agnes trad op Clara toe, die met groote oogen doodsbleek almaar naar dat eene punt in de lucht keek.

„Wees maar niet bang, hoor...," troostte ze, „als er een bepaald soort luchtstroomingen zijn, moeten ze wel eens meer een omweg maken."

„Ja zeker.... dat is zoo " zei Tienus.

Clara knikte, antwoordde niet.

Het publiek werd ongedurig; verscheiden menschen liepen op de helpers toe, vroegen hun oordeel.

„Hij is ferdomme al een half uur weg," zei Sjors zacht tot Louis en Karei, „Snap-ie dat?"

Ineens klonk het ronken van een motor.

„Hoor.... hoor.... daar is-ie!" werd er geroepen.

„Een motorfiets!" riep een stem.

En inderdaad snorde even later een motorwielrijder langs den nabijgelegen weg.

Toen viel de onrust weer onheilspellend op de wachtende menigte.

Agnes praatte met Clara, poogde haar af te leiden, maar ze was ook weldra ten einde raad, voelde haar eigen angst met iedere seconde groeien.

„Bedonderde boel....!" vloekte Louis.

Ineens kwam er beweging in de menschenmassa, die van lieverlede het punt van afgang had overstroomd.

De man, die boven op het tentje stond, riep iets...., wees....

„Hij komt.... hij komt....!" joelde het van alle kanten. En plotseling hoorde ieder het geronk weer, ver en zwak nog van uit de lucht.

Sluiten