Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK

Sjors, Karelen TienusstotterenenCarolienbloost. Mevrouw Kapon zegt onfatsoenlijke dingen. Vreemde kwalenen spoorwegongelukken. Tot slot iets over het nut van anonyme brieven.

Zoo vröolijk, levenslustig en veerkrachtig als de bruiloftsgasten naar het vliegveld waren getogen, zoo somber, verslagen en in mekaar gezakt keerden ze terug.

„Zoo.V.. zijn jullie daar al weer?" sprak Trees, die met een beetje een rood hoofd van de haast; geholpen door juffrouw Marie, de laatste hand legde aan het boteren en verder preparéeren van de twee honderd sandwiches, terwijl van Berkel bij het buffetzich verdienstelijk maakte met het ontkurken van rijnwijnflesschen voor de bowl.

„Ja.... daar zijn we," antwoordde Tienus, die neerviel op een stoel, en er uitzag of hij een pak slaag had gehad.

„Daar zijn we net," sprak Karei met doffe stem en hij plofte neer op een stoel naast dien van zijn broeder.

„Segt dat wel," steunde Sjors, die zich op een derden stoel liet zakken.

„Maar waar zijn de anderen?" vroeg Trees. „De meisjes., en Clara.... en Deodaat?" „Deodaat is fort...." zei Sjors. „Vort?" riep van Berkel ontzet. „Fort....," herhaalde Sjors knikkend. „Vort....?" sprak Marie verschrikt, „Wat bedoelt u?" „Fort is fort," zei Sjors zijn schouders ophalend.

9

Sluiten