Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hij is weggevlogen," sprak Tienus.

„Weggevlogen!" riep Trees, „Ik begrijp er niks van. Vort.., weggevlogen?.... Wat is dat allemaal? Komt hij niet terug?"

De drie in elkaar gezakte heeren haalden gelijkelijk hun schouders op.

„As ik.... as ik...," stotterde Sjors met iets heel dreigends in zijn anders zoo goedhartig gezicht, „as ik m'n eigen liet gaan..., dan, dan sou ik nou gaan floeken.... tot in 't eind van de andere week...."

„In Godsnaam.... als het helpt.... doet u het dan!" riep juffrouw Marie.

„Toe," sprak van Berkel, naderbij tredend met een juist geopende flesch Laubheimer nog in zijn hand, „jullie zijn heelemaal verslagen.... Tienus, wat is er gebeurd?.... Vertel het in 't kort..."

Tienus slikte* een paar maal om zijn zenuwen tot bedaren te brengen, begon dan: „Deodaat wou met

alle geweld vliegen Karei had ook gevlogen en,

George...." *gsw/1

„Ikke niet...." onderbrak Sjors.

„Nee," vervolgde Tienus, „maar zij- zei, dat zij...." ' „Wie, zij?" vroeg Trees ongeduldig.

„Wat?"

„Och nee...." nam Karei nu over: „Tienus vertelt niet regelmatig Hij wou met alle geweld

vliegen...."

„Nee, ik niet," riep Tienus uit.

„Dat zeg ik ook niet!" viel Karei driftig uit. „Jij verwart alles door elkaar....; ik zeg, dat hij wou vliegen.... omdat George zei..,."

„Nou sel ik de schuld hibbe...," protesteerde Sjors.

Sluiten